Wat ik leerde van mijn hoogbegaafde en hooggevoelige kinderen en wat voor ieder kind geldt

Jij bent uniek en het waard om te stralen!

Wat ik leerde van mijn hoogbegaafde en hooggevoelige kinderen en wat voor ieder kind geldt

In het ontwikkeling systeem en zeker in het onderwijs wordt een standaard systeem van bouwblokken gebruikt. En in de meeste methodes worden, die bouwblokken Bottom-up aangeleerd. Een kind leert als het ware de losse bouwstenen aan, waarna verloop van tijd een bouwwerk zichtbaar wordt. En wordt naast een standaard meetlat gelegd met leeftijdgenoten om te zien of een kind “normaal” is of afwijkt.

Bv. Met reken begin je met tellen, daarna met optellen en aftrekken, vervolgens de tafels, breuken enz. Zonder dat daarbij voor een kind duidelijk wordt gemaakt waar je in te praktijk deze vormen nodig hebt. Bv. met het verdelen van snoepjes met je vriendjes heb je het nodig dat je kunt delen.

De kinderen oefenen dagelijks met optellen en aftrekken en tot verveling toe om dit te automatiseren. Met name het rekenen in groep 3 staat helemaal in het teken van optellen en aftrekken tot 10 of soms 20. En wat dan als een kind al optelt en aftrekt tot 100? Of moeite heeft met cijfers vanwege dyscalculie? Beide kinderen zullen gefrustreerd raken bij meer en meer oefening… en heel ongelukkig 🙁

Algemene aannames en stappen in het onderwijs en methodes:

  • Er wordt vanuit gegaan dat alle kinderen leren door veel oefenen en automatiseren. Dit geldt helaas niet voor alle kinderen!
  • Het onderwijs gaat ervan uit van het principe dat de leerkracht “alles” weet en aanleert aan de kinderen in haar klas.
  • Dat een leerling hapklare brokken kan leren beheersen en daarop niveaugewijs naar de snelheid en leerwijze van de methode of het inzicht van de leerkracht stap voor stap meer leert.
  • Er wordt van uitgegaan dat de leerling lesstof ontvangt van de leerkracht, dat aanleert en zo goed mogelijk kan reproduceren op toetsen en testen. Kortom; je hoopt dat wat je aanleert er zo goed mogelijk op een toets weer uitkomt. Alles goed onthouden en gesnapt wat de juf zei: A score…
  • De leerling is afhankelijk van de leerkracht voor wat het aangeboden krijgt, meestal hanteert de leerkracht de informatie van de methode. De kennis en het inzicht van de leerkracht is ondanks de methode de top van wat zij/hij kan overdragen en dus begrensd.
  • De leerling leert passief! Luistert, volgt, herhaald, past toe en wordt beoordeeld
  • De leerling wordt niet zelf actief betrokken om zijn leerproces en leeraanbod te verzamelen, te oefenen en te leren beheersen, anders dan de oefening die de leerkracht klassikaal aanbiedt.
  • Er is geen of heel weinig ruimte voor leerlingen die anders leren: auditief, visueel, associatief, in verbanden, out-of-the-box en procesgericht leren. Hoe kom je daar waar je wilt komen?
  • Deze vaardigheden om op andere manieren te leren worden 1) genegeerd 2) niet aangeleerd 3) zelfs wanneer al aanwezig gepassiveerd, omdat de toets van de methodes niet toereikend is.
  • De methode is leidend en bepalend; de uitkomst staat vast (om te kunnen toetsen en vergelijken)
  • Vormen van dyslexie en dyscalculie, adhd, autisme, hooggevoeligheid maken dat een kind vaak moeite ondervindt in het standaard klassikaal onderwijs of de leer- en toetsmethoden en om te laten zien wat zij weten en geleerd hebben of in de klas aan het overleven zijn omdat de omstandigheden (zeer) hinderlijk zijn.

Voor alle mensen geldt dat zintuigelijk leren het beste werkt. Iets leren wanneer je voelt, proeft, hoort, ziet, ruikt en uitlegt wat je doet wordt het beste opgeslagen in je brein en lange termijn geheugen. De kunst is dus kinderen op zoveel mogelijke manieren ruimte te bieden om te ontdekken en zo te leren.

Verder is de interactie met de omgeving van een leerling heel belangrijk; school, thuis, familie, vriendjes, buurt, interesse om te leren. Wat is de reden dat een kind afwezig lijkt, wat is zijn interesse gebied, zijn er obstakels, genoeg uitdaging, … Allerlei gebieden die bij signalen en gedrag van kinderen bekeken kunnen worden. Vragen stellen aan het kind en de ouders over het welbevinden. Wat laat een kind thuis zien en wat op school?

Sensitiviteit – ingaan op signalen die een kind afgeeft

Zijn de mensen om hem heen die sensitief zijn, wordt er adequaat op de signalen van een kind gereageerd. Wanneer een gastouder, leerkracht en ouders sensitief zijn beschermt dit kinderen tegen stress en wordt een veilige hechting bevordert. Een primaire behoefte (voorwaarde) om te kunnen ontwikkelen en leren. Zo ook de veiligheid en begrip met de leerkracht.

Het is dus belangrijk dat er interactie is tussen leerling en leerkracht en niet een eenrichtingsverkeer van kennisoverdracht van leerkracht naar leerling.

Hooggevoelige en anders lerende kinderen en … kinderen

Deze sensitiviteit is zo belangrijk, omdat ieder kind zijn eigen signalen laat zien vanuit de daaruit behorende behoeften. Ga in gesprek; wat is er aan de hand? Waar loop je tegenaan? Wat heb je nodig? Hoe denk jij dat het voor jou gaat werken? …

Een kind betrekken bij zijn eigen proces en een luisterend oor door regelmatige 1 op 1 interactie zorgt voor veiligheid en betrokkenheid van het kind zelf om verder te komen. Waardoor er ook nog eens zelfvertrouwen ontwikkeld kan worden.

Hoogbegaafde kinderen

Een hoogbegaafd kind leert voornamelijk met associatie- en verbanden leggen. Informatie van thuis wordt gekoppeld aan informatie van de lesstof bv. Deze leerling heeft het nodig om uitleg te krijgen van het kader en de context van het bouwwerk. En zal bij het werken met de opbouw van losse bouwstenen niet gefocust zijn, waardoor het sneller wordt afgeleid, zich verveeld en gefrustreerd raakt. Waar doe ik dit allemaal voor? Dit is saai… Waar gaat dit heen? Vragen die bij hoe langer er geoefend wordt op 1 onderdeel hoe langer hoe sterker worden, op de voorgrond dringen. En uiteindelijk leiden tot frustratie en wanhoop. Waardoor het kind fouten gaat maken en soms D of E scores haalt.

Mis-interpretatie – eigen invulling geven ipv afstemmen

Wanneer de leerkracht deze signalen niet of verkeerd interpreteert en bv. nog meer oefeningen geeft omdat ze denkt dat het kind het niet kan, raakt het kind meer gestrest en uiteindelijk depressief. Doordat de leerkracht niet sensitief is en kijkt wat er werkelijk aan de hand is, versterkt zij juist het probleem.

Bij een sensitieve houding zal een leerkracht samen met de ouders kijken waar de signalen van het kind vandaan komen en kan er een oplossing gezocht worden. Er wordt bv ontdekt dat het rekenen geen probleem is, maar het gebrek aan een kader of uitdaging. Top-Down onderwijs…

Als er met losse stenen gebouwd wordt, maar er wordt niet eerst verteld dat we een huis gaan bouwen en dus beginnen met de fundering, daarna de wanden en ten slotte het dak dan is er geen overzicht. Alle kinderen zijn gebaat bij een kader, een uitleg waar je naar toe onderweg bent, voor hoogbegaafde kinderen is het NOODzaak omdat je ze anders kwijt raakt!

Autonomie respecteren – de eigenheid van een kind

Wanneer de autonomie (in dit geval, de leerwijze van het kind) gerespecteerd wordt met respect ipv een opdringerige interactie (zo hoort het! Of je volgt maar het systeem) zal dit bijdragen aan het zelfvertrouwen en de eigenwaarde van de leerling. Wat heb jij nodig? Hoe kan jij het beste leren en je de stof eigen maken. Voor veel ouders, gastouders, leerkrachten is dit lastig, omdat het kind buiten het standaard plaatje valt en dus moeilijk te begrijpen. Vragen stellen aan het kind is de 1e stap van respect hebben voor de eigenheid van het kind.

Wanneer de “oude” methodes gevolgd worden, waar alle andere leerwijze genegeerd of mondjes maat gebruikt worden tast dit de autonomie aan van de leerling, die leert op een andere wijze dan de doorsnee kinderen. Met het gevolg dat het zelfvertrouwen en de eigenwaarde van deze leerlingen afneemt.

Hoogbegaafde kinderen hebben een kader/context nodig om ten volle te kunnen leren en zich te kunnen motiveren voor saaie oefeningen. Het kader/context is de katalysator om hun mogelijkheden aan te boren, betrokken te raken bij hun leerproces en zich in te zetten. Een leerkracht/leerling gesprekje met hoe ging het? Wat heb je nodig? Wat ging goed? Wat ging fout? Maakt ze betrokken bij hun eigen proces en ze voelen zich gehoord.

Anders zijn mag! Anders én gelijk…

Waar een doorsnee leerling leert door veel oefening met de bouwstenen en steeds een laag hoger bouwt tot er een solide bestaand bouwwerk ontstaat met allerlei mogelijkheden.

Daar leert een hoogbegaafde leerling voornamelijk systematisch door associaties en verbanden leggen; Out-of-the-box, ontdekkend, gepassioneerd bij uitdaging en ruimte om te creëren. Deze leerling bouwt in grote effectieve stappen een kunstzinnig of architectonisch bouwwerk, dat uniek is. Om nieuwe dingen en vaardigheden eigen te maken is oefening nodig, deze leerling loopt hier in zijn proces vanzelf tegen aan en is dan uiterst gemotiveerd om te oefenen. Hij doet dit meestal velen malen sneller dan zijn leeftijdsgenoten, soms wel 4x zo snel en heeft dus ook minder oefening nodig.

Aanbevelingen voor de kinderopvang en gastouderopvang

Het is belangrijk voor jonge kinderen om spelend te leren en te ontdekken. Kijk naar hun eigen proces en sluit daar als begeleider of gastouder bij aan. Geef woorden aan emoties, frustraties en maak inzichtelijk waar een kind tegenaan loopt. Biedt een kind werkjes, opdrachten die procesmatig gericht zijn. Hoe begin je en hoe kom je daar? Focus op het ontdekken, het proces en help meedenken en oplossen door vragen te stellen als “Wat denk jij?” “Hoe gaan we dat nou doen?”
Zorg dat de uitkomst niet vast staat, maar dat ieder kind zijn eigen invulling kan geven!

Leer een kind zijn eigen stapjes te volgen en laat de groep zien, dat iedereen uniek is!

Heb je vragen of persoonlijk advies nodig? Laat het mij weten!

Kenmerken hechtingsproblemen bij een baby

Veilige hechting

Een pasgeboren en jonge baby heeft een rustige en veilige omgeving nodig en een moeder die veel lichamelijk contact, liefde en aandacht kan geven, zodat de baby een veilige hechting ontwikkelt. Dé basis voor het leven om gezonde relaties aan te kunnen gaan met anderen én grenzen te kunnen stellen voor zichzelf.

Onveilige hechting

Soms zijn de omstandigheden van jouw leven in de periode waarin jouw baby geboren wordt heel hectisch. Hoog oplopende emoties door ruzies, scheiding of overlijden, eigen trauma, leed of verdriet, verslaving en allerlei andere oorzaken, waardoor het voor de baby noch veilig en rustig is om hem heen of waarin je niet goed of in mindere mate aandacht kan geven aan je baby. Door allerlei omstandigheden kan het zijn dat jouw baby zich niet veilig heeft kunnen hechten. Denk bv ook wanneer een baby na geboorte niet meteen bij je kan zijn of voor een langere tijd in het ziekenhuis ligt. Of dat je ziek bent of je eigen hoofd net boven water kan houden.

Een baby kan in allerlei mate een niet-veilige hechting met de moeder ontwikkelen. Esther Groenewegen is moeder van een dochter met een reactieve hechtingsstoornis en is in de wereld gedoken van de hechtingsproblematiek. Op haar website geeft zij ouders en professionals informatie om kinderen met een hechtingsproblemen beter te leren begrijpen.

In onderstaande video geeft zij mogelijke kenmerken van een baby met hechtingsproblemen.

Download  e-book “Monster in de Klas”

 

 

Een e-book vol met tips en inzichten voor iedereen die te maken krijgt met hechtingsproblematiek. Voor ouders, leerkrachten en professionals.

Slaapproblemen met je kindje | Hoe handel je dat?

  • Ben jij een moeder die last heeft van gebroken nachten?
  • Nog moe naar je werk gaat en hoopt de dag goed door te komen?
  • Of zou je graag wat tijd hebben om overdag even de was op te hangen of die kop thee terwijl je kindje rustig slaapt?

Slaapproblemen met je kindje heel herkenbaar voor veel moeders!

  • Je baby kan niet zelf inslapen of doorslapen
  • het slaapt daardoor weinig overdag en wordt ‘s nachts wakker
  • je baby slaapt alleen als je hem bij je hebt of tijdens het wandelen/wiegen
  • overdag ben je voortdurend bezig met je kleintje
  • even je baby op bed leggen en je handen vrij is er niet bij
  • je baby wordt oververmoeid en er ontstaat een neerwaartse spiraal

Welke gevolgen heeft dit voor jou?

  • je hebt overdag je handen vol
  • je staat nog vermoeider op in plaats van uitgerust wakker te worden
  • Je kunt weinig hebben en bent prikkelbaar
  • Misschien heeft je werk er zelfs onder te lijden
  • je hebt ruzie met je partner over de aanpak

Als jij dit herkent en weer wilt genieten van rustige nachten & ontspannen dagen,  klik dan hier voor de methode “Baby Slaap Geheimen”, die jou gemakkelijk en snel vanuit huis online, stap voor stap weer laat genieten van je rust en je moederschap.

Ik wil graag 3 Tips met je delen om meteen zelf al aan de slag te gaan!

Tip 1 – herken de subtiele kenmerken van moe zijn

Leg je baby na een voeding, een schone luier en wat knuffelen / spelen in de box om zichzelf te leren vermaken. Bij jonge baby’s zie je na ca. 20 – 30 minuten de vermoeidheid signalen.

Leer de subtiele kenmerken van vermoeidheid herkennen bij jouw baby. Vaak is dat bv weg kijken, staren, een gaapje, een handje naar het oog of oor en als je dit heb gemist kan je baby zelfs van vermoeidheid weer wat drukker worden.

Wanneer je eerst je baby eten geeft en daarna wat speelt of knuffelt is de baby nog niet vermoeid en vindt het dit erg fijn.

Ook bij peuters werkt dit het beste. Je geeft ze bv. eerst hun ontbijt, leest daarna een paar boekjes, doet samen een spelletje of bouwt samen een toren en daarna laat je je peuter zelf spelen met het speelgoed zonder jou directe betrokkenheid. Het is goed om een peuter zelfstandig te leren spelen. Wanneer je peuter dan na verloop van tijd alleen nog maar aandacht van jou wil of alleen nog maar op schoot, dan is je peuter moe!

Tip 2 – Leg je baby bij het 1e teken van vermoeidheid meteen op bed!

Pak je kind meteen liefdevol op wanneer het moe is. Check de luier en leg het dan meteen op bed. Hoe langer je wacht; hoe lastiger je baby zelf in kan slapen en het eventueel huilt van vermoeidheid om in te kunnen slapen.

Houdt ook een oogje op de klok om te zien hoe lang je baby zichzelf zelfstandig kan vermaken. Is dit max een halfuurtje? Houdt dan de komende weken een halfuurtje aan om te spelen en leg je baby daarna meteen op bed. Kijk na een maandje of dit halfuurtje misschien nu drie kwartier geworden is, zo niet geen probleem. Geeft je kind pas na drie kwartier een teken van vermoeidheid houdt dan dit ritme aan, tenzij je baby toch eerder vermoeidheidskenmerken laat zien… bv. de dag na zijn inentingen of wanneer het niet zo lekker is.

Mijn ervaring is dat dreumesen van 1,5 max 2 uur en peuters t/m 3 jaar zo’n 2,5 á 3 uur wakker zijn overdag tot ze de 1e kenmerken vertonen van vermoeidheid. Een kind tot 4 jaar heeft behoorlijk wat slaapbehoeften, ook overdag.

Als je peuter na een poosje zelf te hebben gespeeld veel aandacht vraagt of alleen nog maar bij jou op schoot wil, dan is het moe. Leg je peuter dan meteen op bed, ongeacht de tijd op de klok. Als je wacht zal het moeilijk inslapen en ook weer snel wakker worden en minder goed uitrusten. Waardoor een slaaptekort dreigt. Baby’s en peuters die een slaaptekort hebben, slapen ‘s avonds ook minder goed in en worden vaker ‘s nachts wakker.

Tip 3 – Leer je baby zelfstandig inslapen

Als moeder willen we graag lang en veel knuffelen met onze baby en vinden we het lief wanneer een baby bij ons in slaap valt. Maar let op! En verkeerd patroon is al snel een aangeleerde gewoonte, waarbij je baby leert inslapen door jouw aanwezigheid of inspanning. Zolang je nog niet hoeft te werken is dit misschien wel heel fijn voor jou, maar al snel een lastig verhaal. Leer je baby dit patroon dan maar eens af; vaak is dit niet zo makkelijk te doorbreken.

Leer je baby van jongs af aan goede slaappatronen.

  • werk met vaste dagritmes (dingen die je doet in een bepaalde herkenbare volgorde)
  • zorg dat je baby nog even rustig kan worden bij jou wanneer ze in een drukke omgeving zijn
  • leg je baby wakker evt. doezelig op bed
  • geef een knuffeltje (en evt. speen voor zuigbehoefte)
  • stop je baby goed in (met een dekentje of sluitende slaapzak) Een baby heeft grote behoefte aan begrenzing; herkenbaar vanuit de baarmoeder
  • maak de slaapkamer donker! In een verduisterde slaapkamer slaapt een baby/kind beter en je voorkomt spelen in bed.
  • even huilen mag!

Tip 4 – Vaste bedtijd en slaapritueel

Ook een baby heeft het nodig om op een vaste tijd ‘s avonds naar bed te gaan. Uiterlijk 4 maanden oud is het goed om een vaste bedtijd aan te houden van 18:30. Zorg voor een vast ritueel; maar let op niet te lang, bv in bad gaan, daarna een warme fles melk of borstvoeding, een liedje en dan in bed. Zorg dat de omgeving tijdens dit ritueel rustig is.

Staan jouw kinderen na het eten nog te springen vol energie. Dan is het waarschijnlijk handiger om het ritueel één op één met je baby boven en in de babykamer te volgen.

Tip 5 – Wees zelf rustig en ontspannen! Slapen = heerlijk

Een baby is heel gevoelig voor jouw emoties. Wanneer jij je afvraagt of je baby wel gaat slapen en dus bang bent, dan zal je baby deze angst voelen en dit spiegelen door te huilen en graag bij jou te willen blijven.

Houdt altijd voor ogen dat de eerste levensbehoeften van jouw baby voldoende slaap, eten, liefde en verzorging zijn. Als jij vooraf aan het slapen aan alle behoeften hebt voldaan, dan heeft je baby het nodig om nu te gaan slapen. Slapen is heerlijk even bijtanken om daarna weer samen te zijn.

Ben jij klaar met de uitputtende slapeloze nachten en wil jij vandaag de BESTE geheimen ontdekken en de snelle oplossing voor jouw slaapproblemen met jouw baby stap voor stap toepassen

Voor jou is de BABY SLAAP GEHEIMEN methode in 2007 ontwikkelt. Veel ouders hebben inmiddels de methode gebruikt en toegepast.
Kom dan nu in ACTIE lees hoe je de methode ontvangt en Start meteen! 

Wacht niet langer en KLIK dan NU hier door naar de snelle oplossing met de Geheimen voor een een goede nachtrust en een baby die heerlijk slaapt.

4 Tips hoe je om kan gaan met onwenselijk gedrag van je kind

Hoe ga je om met onwenselijk gedrag van je kind?gedrag

Je kent vast de voorbeelden; een kind dat in de winkel een snoepje wil kopen, maar dit niet mag en begint te schreeuwen of plat op de grond gaat liggen; of het kind van 2 jaar dat stellig “nee!!” zegt wanneer je vraagt om naar bed te gaan. Of het kind dat bij correctie begint te gooien met jouw spullen… als ouder kennen we de situaties allemaal! De vraag is hoe ga je hiermee om?

Het zou super zijn wanneer ik die zou kunnen beantwoorden met 1 oplossing, helaas is die er niet…

In het e-cursus Wijs Opvoeden ontdek je de meest voorkomende situaties van het opvoeden en praktische oplossingen.

Gedrag van kinderen hangt samen met allerlei factoren, karakter, aanleg, temperament, wilskracht, hechting, allerlei ervaringen van ontvangen reacties op hun behoeften, de omgeving van het kind én wat vaak vergeten wordt de begeleiding van volwassene/verzorger. Jouw voorbeeld, manier van reageren, van aandacht geven en voorzien in de behoefte van je kind, je verbale en non-verbale communicatie en je humeur bepalen een groot deel hoe een kind zich gedraagt. Daarnaast speelt ook heel erg mee hoe lekker zit je kind in zijn vel. Veel kinderen zijn hedendaags erg moe! Een kind dat moe is, wordt dwars, huilerig, humeurig en kan/wil bij het op bed leggen ook niet goed slapen of wordt na een uurtje al weer wakker… nog moe.

Kinderen kun je dwingen tot wenselijk gedrag? Nee… jammer dat je geen knopje om kunt draaien hè? Gedrag kan je niet afdwingen, zonder dat je voorbij gaat aan de autonomie van het kind! Op korte termijn lijkt het wel te lukken door vooral straffen en belonen, maar daardoor vertoont een kind wenselijk gedrag uit angst voor straf. Daarnaast veroorzaakt de angst voor de ouder en straf mogelijk een verwijdering tussen ouder en kind of tussen het Zelf van het kind en zijn gedrag (er ontstaat een innerlijk conflict, waar het later last van kan krijgen) En meestal blijft het kind een negatieve prikkel nodig hebben om binnen de paadjes te lopen. Op de lange termijn leveren beide verwijderingen eerder schade op dan een positieve keuze voor wenselijk gedrag vanuit het kind zelf. Het is belangrijk dat een kind eigen keuzes leert maken en daarvoor verantwoordelijkheid kan nemen.

Communicatie en gedrag

Een kind leert het meeste van jouw non-verbale communicatie en jouw voorbeeld gedrag. Het is belangrijk om jezelf onder de loep te nemen… oeps!! Wat drijft jou bij het stellen van regels en correcties op onwenselijk gedrag? Welke sociale vaardigheden toon jij aan je kind? Hoe duidelijk en helder ben je in jouw communicatie naar je kind zowel verbaal als non-verbaal? In hoeverre zijn jouw regels en ben jij zelf voorspelbaar voor je kind? Voorspelbaarheid en regelmaat creëert veiligheid voor je kind. Wanneer een kind de grenzen en het kader niet kent gaat het op zoek met grensoverschrijdend gedrag; het zoekt jouw (veilige) grenzen op! Zit je eenmaal in dit patroon, dan is het best lastig om het patroon met heldere grenzen neer te zetten en vast te houden; het kind probeert immers de eerste tijd nog even uit of ze echt gelden… hou vol en houd je vast aan je visie voor de toekomst; grenzen bieden veiligheid!

5 Tips voor een prettigere sfeer thuis, waar je vandaag al mee kan beginnen!

Tip 1 – zorg voor een uitgerust kind

  • Leg het kind als het moe is op bed!
  • Jij ziet of je kind moe begint te worden en wat het nodig heeft, houdt dan de slaapjes en dagelijkse regelmaat aan. Geef slaapjes niet de vroeg op!
  • Stel geen vraag, maar biedt begeleiding om naar bed te gaan. “Kom, je hebt je boterham op, nu gaan we lekker slapen” Bij een vraag nodig je het kind uit om een keuze te maken, en bij kinderen van 2 jaar is dat meestal… nee!! Zie je daar maar weer eens uit te redden 😉
  • Bij weinig regelmaat, de ene keer wel en de andere keer niet; geef je jouw kind meer speelruimte om je grenzen uit te proberen. Het heeft namelijk geen duidelijkheid, omdat je te weinig sturing biedt. Je kind gaat jou sturen met zijn gedrag.
  • Weetje…: Kinderen in Nederland slapen doorgaans te weinig overdag en zijn geregeld oververmoeid. Onderzoek wijst uit bij 4 en 5 jarige kinderen (kleuters dus) dat zij na een middagslaapje betere schoolprestaties laten zien. Naast het feit dat een vermoeid kind zich minder goed kan ontwikkelen, kan oververmoeid zijn ook slaapproblemen en gedragsproblemen ontwikkelen en zelfs depressie. (lees binnenkort meer in een artikel over kenmerken van slaperigheid en oververmoeidheid)

Tip 2 – hoe geef jij aandacht aan je kind

  • Wees eerlijk; wanneer krijgt jouw kind de meeste aandacht: wanneer het lief speelt of wanneer het vervelend doet?
  • Geef je kind meer aandacht op momenten dat het goed gaat. Beloon als het ware het wenselijke gedrag.
  • Correcties werken beter met humor en afleiding, dan met straf en harde woorden; laat je kind zien hoe je het wel prettig vindt en bij zeker bij oudere kinderen vertel het!
  • Zie en hoor je kind: heb aandacht voor de emoties, benoem ze, bespreek ze, geef ze ruimte op gepaste wijze om ze te uiten. Stel jezelf de vraag: wat is hier aan de hand? Wat zou er achter dit gedrag zitten?
  • Neem bij oudere kinderen even de tijd om bij het naar bed brengen even de dag door te spreken: begin met de vraag: Wat ging er niet zo leuk vandaag? En eindig met de vraag: Wat was er wel leuk vandaag? Zo’n 1 op 1 momentje geeft vaak meer inzicht, dan wanneer je uit school vraagt hoe was het op school? En versterkt de vertrouwensband met jou als ouder!

Tip 3 – geeft duidelijk instructie en sturing

  • Geef vooraf; duidelijke instructie over wat wel en niet kan Bv. Vooraf: “Jullie mogen in de zandbak spelen, maar ik wil niet dat jullie het zand door de tuin scheppen; het zand blijft in de zandbak” Dan sturing tijdens het spel: je ziet dat het zand toch buiten de zandbak gaat en loopt er meteen heen. “jongens dit hadden we niet afgesproken, het zand blijft in de zandbak weten jullie nog?” Je pakt een emmertje en maakt er een zandtaartje van… “kijk jongens kunnen jullie dat ook?” Zijn de kinderen even later weer vergeten dat het zand in de zandbak moest blijven, dan geef je nogmaals aan dat dit niet de afspraak is en bindt er een consequentie aan. “Als jullie nu weer het zand uit de zandbak doen, dan stoppen we met het spelen in de zandbak en gaan we binnen spelen”
  • Benoem je instructie, sturing en je evt. correctie rustig; houdt er rekening mee dat spelende kinderen al spelend de regeltjes wel eens vergeten en moeten leren, dat een grens een grens is.
  • Wees er ook alert op dat je passief aandacht houdt voor wat er gebeurt in de zandbak. Het is belangrijk dat je meteen rustig reageert wanneer de eerste volle schep onderweg is naar jouw bloembak. Je kan je voorstellen, dat wanneer je geen oogje in het zeil houdt en ontdekt dat de halve zandbak door de hele tuin uitgespreid ligt je minder rustig kan reageren. Ook de kinderen hebben al een positieve beloning van al de lol van hun ontdekkingstocht gehad… Kort erop zitten werkt voor je kind én voor jou! Na een tijdje zal je zien, dat je kind de regels weet en onthoud en daardoor is de kans klein dat hij het zand door de tuin verspreid. Je kunt iets meer achterover leunen… maar nooit te veel. Als het erg stil is in de zandbak…

Tip 4 – opvoeden is een proces!

  • Belangrijk: jij bent de ouder met meer levenservaring en besef van gevaar en de noden van je kind. Jij stelt dus ook de buitenkaders op die goed zijn voor je kind: voldoende eten, slapen, verschoning, zorg en aandacht, erkenning én ruimte voor de autonomie van je kind. Ruimte geven voor de autonomie betekent dat je kind op passende momenten zelf keuzes kan maken: bv. Je kind bepaalt niet wanneer het naar bed gaat, maar kan wel nog een tijdje wakker liggen en evt. wat lezen… Je kind bepaalt niet dat het naar de speeltuin mag, maar mag wel proberen zijn schoenen zelf aan te doen… Naar leeftijd en ontwikkeling verschuift de keuze ruimte met steeds meer mogelijkheden.
  • Onthoud dat opvoeden een leerproces is: voor jezelf en ook met je kind
  • Wees niet te hard voor jezelf wanneer het een keer niet lukt zoals je had voorgenomen
  • Je kind ontwikkelt zich en is daar steeds een stap mee vooruit op jouw opvoedproces, zeker bij een eerste gebeurt alles voor de 1e keer
  • Belangrijk is om een visie te ontwikkelen en het beste werkt dit samen met je partner. Wat vinden jullie belangrijk om je kind mee te geven in zijn ontwikkeling naar volwassenheid? Welke grenzen en omgangsvormen zijn harde grenzen? Probeer daar samen met je partner consequent te zijn. Daarnaast gelden de zachte grenzen en die kunnen per ouder verschillen. Geen probleem voor je kind! Op school, bij een vriendje, in de opvang overal gelden andere regels. Wat zijn zachte grenzen – grenzen om wat meer flexibel in te schatten en te sturen.
  • Visie geeft adem om vol te houden… bv. Ik vind het belangrijk om mijn kinderen te leren dat we het niet altijd eens zijn met elkaar, maar wel in verbinding blijven en respect hebben voor elkaar. Dit vraagt af en toe een reflectie moment om even naar mezelf te kijken; is deze regel op dit moment echt belangrijk voor mij of voor de ontwikkeling/bescherming van mijn kind of wil ik dit omdat ik dit zelf moeilijk vind? Loslaten is een moeilijk proces voor ouders en een kind voelt wanneer je het tegenhoud, om zich te ontwikkelen vanuit je eigen behoefte, of vanuit de bescherming van je kind. Het is soms lastig… fouten maken mag.
    Na een confrontatie met mijn kinderen vraag ik mij altijd af; hoe was dit conflict voor onze verbinding? Zijn we elkaar kwijt geraakt of hebben we elkaar vastgehouden ook al waren we het niet eens met elkaar? Mijn visie geeft houvast om elk conflict als een moment te zien en dat we het niet eens hoeven te zijn. Soms is mijn regel te scherp en regelmatig wil een kind meer vrijheid dan dat ik vind passen bij de leeftijd. Na de heftige emoties nog een keer napraten in de rust biedt vaak een mogelijkheid voor verbinding en respect voor elkaar.
  • Voor zowel ouders als kinderen geldt fouten maken mag! Neem je verantwoordelijkheid, spreek het uit naar elkaar wat de volgende keer beter kan en zorg dat je verbonden blijft met elkaar!

In het e-cursus Wijs Opvoeden ontdek je de meest voorkomende situaties van het opvoeden en praktische oplossingen.

Geef jezelf een voorsprong en ga aan de slag met de praktische kennis en tips, die veel ouders met kinderen van 1 tot 10 pas na jaren weten!

Lees meer en vraag hier het e-curcus Wijs Opvoeden aan

 


delen-mag

 

Warme groet,

Marielle♥

Counsellor/Coach die ouders ondersteunt om gedrag te leren lezen en ouders zelfvertrouwen geeft in hun opvoeding. Specifieke expertises: opvoeding, gedrag, hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid.

Veel vrij spelen is goed voor de ontwikkeling en zelfvertrouwen

Vrij spelen, fantasie vs opdrachten en ontwikkelingslijstjes

De afgelopen 18 jaar heb ik ontdekt dat wanneer je methoden of iets met een vaststaande uitkomst gebruikt om kinderen iets te leren, dit kinderen juist onzeker en faalangstig maakt.

Vrij spelen is goed voor de ontwikkeling en zelfvertrouwen

In de kinderopvang en ook in het kleuteronderwijs wordt tegenwoordig veel gebruik gemaakt van stimulatie van ontwikkeling. Met behulp van methoden en afvink-lijstjes wordt geprobeerd om kinderen op een bepaald ontwikkelingsniveau te krijgen. Kinderen voelen deze druk, doordat deze manier van systematisch leren niet optimaal is. Kinderen ontwikkelen nooit op alle fronten synchroon en tegelijkertijd en vaak met golfbewegingen. Het is belangrijk om aan te sluiten op het gebied waar een kind zich op dat moment bevindt anders kun je het frustreren.

Helemaal funest is wanneer er gebruik wordt gemaakt van methoden die vooraf maar tot 1 bepaalde oplossing kunnen leiden. Met een beetje fantasie en redenatie blijkt dat er meestal meer oplossingen zijn, dan die ene die alleen maar als goed bestempeld wordt. Een kind dat een andere mogelijkheid ziet wordt onzeker omdat zijn oplossing als fout wordt afgedaan, wat zeker niet fout hoeft te zijn!

Hoe leren kinderen?

Kinderen leren op een speelse wijze vooral door ontdekken, mogelijkheden proberen, combineren van dingen en oplossingen zoeken. Hierdoor ontwikkelen ze oplossende eigen leerstijl die alle zintuigen betrekt. Een kind dat zaken op kan lossen en zelfstandig mogelijkheden kan bedenken ontwikkeld zelfvertrouwen en zelfredzaamheid. Een kind heeft hiervoor vooral fantasie en vrij spel nodig. Met aanreiken van verschillende materialen en attributen kun je als pedagogisch begeleider uiteraard mogelijkheden creëren evenals dat samenspel kan prikkelen om nieuwe mogelijkheden te proberen. Toch is het vooral belangrijk dat elke uitkomst van het spel of poging prima is. Ook wanneer een blokkentoren omvalt leert het kind heel veel!

Stimulatie in de opvang:

In mijn opvang staat het ontwikkelen van een unieke eigenheid, zelfstandigheid en zelfvertrouwen centraal. Door veel vrij spel en fantasie mogelijkheden te bieden dat steeds varieert qua materialen, begeleiding en vormgeving wordt het oplossing vermogen, zelfvertrouwen, de motoriek, de taalontwikkeling, sociale- en emotionele ontwikkeling en de eigenheid van het kind gestimuleerd. Als pedagogisch begeleider sluit ik aan bij de situatie die ontstaat bij het kind of de kinderen en met regelmaat creëer je situaties waar de kinderen spelend leren! En regelmatig is het goed om het kind in mijn nabijheid juist zelf te laten ontdekken en spelen.

Vrij spelen thuis

Ik zie regelmatig kinderen om me heen die moeilijk zelfstandig kunnen spelen en heel moe zijn. Ik kan heel goed begrijpen dat ouders op hun vrije dag veel met hun kind willen doen al is het goed dat ze afvragen of al de leuke activiteiten ook goed zijn voor hun kind? Sommige kinderen zijn heel afhankelijk van de interactie met een volwassenen; uiteraard komt dit vaker voor bij kinderen die de eerste of enig kind zijn. Daarbij wordt een slaapje regelmatig verkort, uitgesteld of zelfs overgeslagen waardoor een kind erg moe wordt. Een kind dat erg moe is kan zich niet goed ontwikkelen. De hersenen hebben rust nodig om te kunnen leren.

Advies aan ouders

Ik adviseer ouders om balans te vinden tussen actieve (directe) zorg en aandacht met je kind en passieve (indirecte) zorg en aandacht voor je kind.

Passieve aandacht klinkt misschien heel negatief of associeer je misschien met ‘geen oog hebben voor’, maar echte passieve aandacht is juist heel goed voor het zelfvertrouwen van je kind.

Actieve aandacht is bv. knuffelen, verschonen, samen iets bouwen, fietsen, praten, voorlezen enz.

Passieve aandacht is bv. even een tijdschriftje lezen op de bank terwijl je kindje aan je voeten zelf met de auto’s speelt. Jouw actieve aandacht is op dat moment even bij jezelf, maar je bent alert op wat je kind doet en kan daar actief op in spelen wanneer dat nodig is. Op deze manier straal je uit dat je jouw kind vertrouwd, dat hij/zij zelf fijn kan spelen en dat hoe het speelt prima is. Uiteraard ben je een vangnet voor wanneer het kind jou nodig heeft. Dit stimuleer het zelfvertrouwen van je kind.

Ene tot slot: kinderen hebben een ritme nodig van actief zijn en tot rust komen om goed te kunnen ontwikkelen. Leg je kindje op bed wanneer het moe is, sla geen slaapjes over… of las al vroeg een slaapje af! voor je het weet rennen ze van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat om je heen!

Én geniet tijdens hun slaapje ook even van jouw rustmomentje! Of doe misschien even dat klusje wat een stuk sneller gaat zonder je kleine (b)engel 😉

Ik ben benieuwd of je hier iets aan hebt gehad? Laat het in een reactie weten! En deel dit bericht met je vriendinnen…